I.2. Belastbaarheid bij schildklierfunctiestoornissen.
Wetenschappelijke onderbouwing
Indien er bij een patiënt een schildklierfunctiestoornis wordt vastgesteld, is de symptomatologie zoals
die is beschreven in de leerboeken, op zichzelf reden om aan te nemen dat er in de meeste gevallen
sprake zal zijn van beperkingen in het functioneren. Door algemene symptomen als snelle
vermoeibaarheid, concentratiezwakte, emotionele labiliteit, gestoorde thermoregulatie en tremoren,
zullen de meeste werknemers beperkingen ondervinden bij hun werk. Zware lichamelijke arbeid, stressvolle taken of werk waarbij een snel tempo vereist is zal in het algemeen niet mogelijk zijn.
Door dubbelzien of fotofobie bij ophthalmopathie zal een werknemer in het algemeen ook minder goed
kunnen functioneren op het werk. Schildklierfunctiestoornissen kunnen invloed hebben op het
cardiovasculaire systeem, waardoor een verminderde belastbaarheid bij inspanning kan optreden. Bij
hyperthyreoïdie, maar ook bij hypothyreoïdie, kunnen psychische klachten optreden, soms zelfs
leidend tot psychiatrische ziektebeelden als depressie of angststoornissen.
Er is geen literatuur bekend waarin de beperkingen door een schildklierfunctiestoornis zijn
onderzocht in relatie tot een bepaald beroep. Bij het vaststellen van de beperkingen moet de
anamnese, met de theorie van de leerboeken als “evidence” op de achtergrond dus de meeste
houvast bieden. Dit geldt ook voor de beperkingen die ontstaan door bijwerkingen van alle vormen
van behandeling.
Het ligt voor de hand dat bovenstaande symptomatologie een verminderde “quality of life”
teweegbrengt. Er is ook wel onderzoek gedaan naar de relatie tussen “quality of life” en enkele
schildklierfunctiestoornissen, zoals bij de ziekte van Graves en bij ophthalmopathie (9). Daarin is een
relatie aangetoond tussen de verminderde “quality of life” en de schildklierfunctiestoornis. Bovendien
laten enkele onderzoeken zien dat de “quality of life”, bij normale biochemische waarden, ook soms
lange tijd na de behandeling nog duidelijk verminderd kan zijn (10,11). Een onderzoek van Wekking
(12) laat zien dat er bij een behandelde hypothyreoïdie naast een verminderde “quality of life” tevens
een mogelijke associatie is met een verminderd neurocognitief functioneren. Het onderzoek van
Fahrenfort laat zien dat psychosociale mechanismen een rol spelen bij de verminderde “quality of life”
en dat dit zelfs kan bijdragen aan een langdurige arbeidsongeschiktheid. Ondersteuning bij de
psychosociale problematiek wordt hier geadviseerd (13).
Bovenstaande maakt duidelijk dat een schildklierfunctiestoornis beperkingen in het
functioneren kan veroorzaken, welke weer kunnen leiden tot een verminderde belastbaarheid van de
patiënt als werknemer.
Ik heb een indicatie van het CIZ voor ondersteuning van het huishouden en dagstructuur.
Keer terug naar Werk en inkomen
Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers. en 1 gast