Aantal voorbeelden
Pagina 4:
Fox (1986) criteria voor M. Sjögren
• 1. Keratoconjunctivitis sicca
– Schirmertest < 9 mm na 5 minuten
– Positieve rose bengalen of fluoresceïnetest
• 2. Xerostomie
– symptomatische xerostomie
– verminderde speekselvloed, spontaan en na stimulatie
• 3. Duidelijk lymfocytair infiltraat op biopsie van accessoire speekselklier
• 4. Biologische afwijkingen wijzend op een auto-immuunziekte
– reumafactor > 1/160 of
– ANF > 1/160 of
– anti-SSA of anti-SSB antistoffen
– (4 criteria : diagnose zeker, 3 criteria : diagnose mogelijk)
Pagina 6:
ANF
• 95-100 % van de SLE patiënten zijn ANF positief
• 5 % van de normale gezonde populatie (vnl oudere
vrouwen) heeft ANF titers van 1/160 of hoger
• Omwille van de lage prevalentie van SLE (40-50
gevallen/100.000) zal de overgrote meerderheid
van de personen bij wie ‘per toeval’ een positieve
ANF wordt gevonden, geen SLE hebben
• Belang van ‘pre-test probabiliteit
ANF : prognostische waarde
• Raynaud-fenomeen : elke patiënt met Raynaud klachten
heeft recht op een ANF bepaling, een RX thorax, een
capillaroscopie en cryoglobuline-bepaling ter uitsluiting
van een onderliggende bindweefselziekte
• Patiëntjes met juveniele chronische arthritis die ANF
positief zijn hebben een risico van 20-40 % om uveïtis te
ontwikkelen
• Patiënten met een antifosfolipiden syndroom (APS) en met
een positieve ANF hebben een grotere kans dat dit APS
kadert in SLE
• Bij SLE of andere bindweefselaandoeningen bestaat er
geen indicatie om de ANF sequentieel te bepalen, omdat
hij geen prognostische waarde heeft
Pagina 7 en 8:
ANF : veel gestelde vragen
Link:
http://www.kuleuven.be/lvga/forumIG/two ... 081008.pdf
