Onderstaand artikel is te vinden op: http://home.planet.nl/~holtj019/NL/Schildklier2.html
Op deze site staan veel artikelen die oorspronkelijk werden gepubliceerd in het tijdschrift Medisch Dossier/Wat artsen je niet vertellen
Schildklierproblemen
Het verband met ziekten van de 21e eeuw
Schildklierproblemen zijn vanwege hun complexiteit moeilijk te behandelen. Vaak worden ze ook door artsen over het hoofd gezien. Er zijn aanwijzingen dat niet-gediagnosticeerde en dus niet-behandelde schildklierproblemen de oorzaak zijn van één van de moderne ziekten van de 20e en 21e eeuw, die zo langzamerhand epidemische proporties aanneemt: ME.
Schildklierproblemen zijn een behoorlijke uitdaging voor de meeste artsen. Het is niet alleen van belang dat de arts voldoende kennis in huis heeft over de klier zelf, hij moet ook het gehele endocriene systeem, inclusief de complexe werking van de diverse biochemische mechanismen, goed begrijpen. Helaas is het endocriene systeem, of de hormoonhuishouding van het lichaam, maar een betrekkelijk klein onderdeel van de meeste geneeskundige opleidingen. Het is daarom niet verrassend dat er maar weinig artsen zijn die de kennis en ervaring hebben die voor de behandeling van de uiteenlopende schildklierproblemen vereist zijn. Een van de gevolgen daarvan is dat er steeds meer mensen met ongediagnosticeerde schildklieraandoeningen rondlopen. Volgens de laatste berichten is het niet ondenkbaar dat schildklierproblemen een belangrijke rol spelen bij veel van de tot nu toe onbegrepen moderne ziekten zoals myalgische encefalomyelitis (ME)/chronisch vermoeidheidssyndroom (CFS) of het fibromyalgiesyndroom (FMS). Dit is des te zorgwekkender aangezien onbehandelde, of onvoldoende behandelde schildkIierproblemen fatale gevolgen kunnen hebben’
In medische kringen bestaat er een controverse over de mate van onderfunctioneren van de schildklier als patiënten normale bloedonderzoeken hebben maar wel de klinische tekenen en symptomen van hypothyreoïdie (onvoldoende werking van de schildklier) vertonen. Deze aandoeningen worden beschreven als ‘biochemisch normaal, maar klinisch hypothyroïde’.
Een dergelijk vorm van subklinische hypothyreoïdie komt vrij vaak voor, vooral bij oudere vrouwen. De aanwezigheid van deze aandoening of van schildklierantilichamen verhoogt het risico om de klinische vorm van hypothyreoïdie te krijgen. Als er sprake is van zowel de subklinische vorm en de antilichamen dan is het risico zelfs nog groter.
Vooral tijdens de zwangerschap is screening op hypothyreoïdie van belang omdat de aandoening negatieve gevolgen kan hebben voor de foetus. Een van de redenen dat hypothyreoïdie zo vaak onopgemerkt blijft, is de veelvoorkomende misvatting dat een diagnose alleen op basis van bloedonderzoek plaats kan vinden. Maar er zijn veel situaties te bedenken waardoor de hoeveelheid in het bloed circulerende schildklierhormonen kan afwijken van de normale situatie: van zwangerschap, het volgen van een dieet en nierproblemen tot geneesmiddelen en bepaalde ziekten. In die gevallen zijn tests op schildklierfunctie volstrekt nutteloos.
Vooral bij oudere patiënten, die soms tumoren in de hypofyse vertonen of bij wie de hypofyse niet of onvoldoende werkt, is het uitsluitend testen op TSH (schildklierstimulerend hormoon) waarschijnlijk niet voldoende. Tenzij een arts een uitgebreid klinisch onderzoek doet en daarbij ook rekening houdt met de medische voorgeschiedenis van de patiënt, zal de diagnose hypothyreoïdie zeer waarschijnlijk gemist worden.
Bij patiënten die een schildklierhormoonvervangingskuur ondergaan kunnen bovendien andere medicijnen de benodigde hoeveelheid of de mate van absorptie beïnvloeden. Uit een studie bij vrouwen met een onvoldoende werkende schildklier die met thyroxine werden behandeld, bleek dat wanneer zij tegelijkertijd een oestrogeentherapie ondergaan de normale hoeveelheden thyroxine niet toereikend zijn.
ME: het verband met de schildklier
Schildklierproblemen zouden wel eens de boosdoener kunnen zijn bij ‘onverklaarbare’ ziekten als ME/CFS en FMS. In de meeste gevallen maken de gezondheidsproblemen die deze patiënten ondervinden deel uit van een onderliggende disfunctie, zoals primaire beschadiging van de hypothalamus of hypofyse als gevolg van een infectie en/of een andere oorzaak.
In zijn boek Basic Endocrinology: An lntegrative Approach, zegt auteur J.M. Neal, dat deze verschillende manieren waarop een schildklierdisfunctie zich manifesteert, in het bijzonder in het geval van hypothyreoïdie, allemaal hun eigen, specifieke behandeling vereisen.
Psychiaters blijven in artikelen in de vooraanstaande Britse bladen beweren dat ME/CFS en FMS een psychiatrische oorsprong hebben. In een recent artikel suggereren de auteurs dat de problemen die optreden bij aandoeningen als prikkelbare darm syndroom, premenstrueel syndroom, meervoudige chemische overgevoeligheid (MCS), CFS en FMS allemaal alleen tussen de oren bestaan. Met deze houding negeren de auteurs algemeen geaccepteerd onderzoek, dat laat zien dat de afwijkingen bij ME/CFS-patiënten wellicht aan schildklier, bijnier- of andere hormonale disfuncties te wijten zijn.
E.G. Dowsett, een vooraanstaande CFS-onderzoeker, stelde vast dat vijf procent van de vrouwelijke ME-patiënten een ontstoken schildklier hebben. Byron Hyde, de Canadese toponderzoeker op dit gebied, rapporteert dat glucose- en TSH-tests uitwijzen dat tot en met de helft van de ME-patiënten op een bepaald moment schildklierproblemen krijgt: “Een reden waarom deze schildklierafwijking bij ME-patiënten vaak over het hoofd gezien wordt, is dat het met de gebruikelijke neuro-endocriene tests niet gedetecteerd kan worden.”
Op dezelfde conferentie lieten Belgische onderzoekers zien dat bij CFS-patiënten onder andere de TSH-gehaltes verhoogd waren. In ‘Why ME?’ (Craflon Books, 1989), erkent de auteur, dr. Belinda Dawes, dat bij ME en andere allergische aandoeningen de schildklierfunctie verstoord is en dat supplementen met schildklierhormonen, in combinatie met andere supplementen, aan te bevelen zijn. Andere vooraanstaande wetenschappers hebben aangetoond dat de hormoonhuishouding bij ME/CFS-patiënten is verstoord.
Een verschijnsel dat bij al deze patiënten optreedt, is een defect in de hypothalamus-hypofyse-bijnieras, ofwel de HPA-as (hypothalamic-pituary-adrenal ). In een studie werd met behulp van CT-scans aangetoond dat allebei de bijnieren van ME-patiënten tot 50 procent kleiner waren dan bij de controlegroep.
Een reden waarom deze schildklierafwijking bij ME-patiënten vaak over het hoofd gezien wordt, is dat het met de gebruikelijke neuro-endocriene tests niet kan worden gedetecteerd. In een recente studie concludeerden de onderzoekers dat deze tests niet geschikt zijn voor ME/CFS-patiënten. De beschikbare data suggereren dat deze patiënten geen volledig normaal functionerende schildklier hebben (‘euthyroïdie’), maar wellicht lijden aan het zogenaamde ‘euthyroïde syndroom’. Mogelijk hebben deze patiënten problemen bij de conversie van T4 naar T3, een proces dat in de lever plaatsvindt met behulp van diverse enzymen. Specifieke micronutriënten moeten er bovendien voor zorgen dat het proces gestroomlijnd verloopt.
De waarschijnlijk meest volledige lijst van veel voorkomende symptomen van ME/CFS/FMS/MCS is gepubliceerd op de website van de American Association of Clinical Endocrinologists, Merck Manual, Thyroid Foundation of America.
Professor Thimothy Dinan, van het University College in Cork, Ierland, heeft een toenemende prevalentie van subklinische hypothyreoïdie bij CFS-patiënten waargenomen. Tijdens een conferentie van de Royal Society of Medicine in oktober 2001 meldde hij zijn constatering dat er bij CFS sprake is van een afwijkende regulering van de HPA-as en dat dit verschijnsel gepaard gaat met verminderde orgaanfunctie.
In een recente gerandomiseerde en dubbelblinde studie heeft een Amerikaans team 72 FMS-patiënten behandeld in verband met hun subklinische aandoeningen van schildklier-, geslachtsklier- of bij nierdisfunctie, verstoorde slaap, een hoge bloeddruk door neurale oorzaken, opportunistische infecties en een vermoedelijk gebrek aan bepaalde voedingsstoffen. De toestand van de patiënten die wel behandeld werden, verbeterde aanzienlijk, vergeleken bij de placebogroep. Van de 38 behandelde patiënten ontvingen er 33 schildkliervervangingstherapie, wat wederom aantoont dat hypothyreoïdie een belangrijke rol speelt bij aandoeningen als FMS en CFS. Uit een eerdere studie door hetzelfde team kwamen vergelijkbare resultaten naar voren. Een onderzoeker beweerde zelfs dat CFS, FMS en het Perzische Golf Syndroom een zelfde onderliggende oorzaak hebben: magnesiumgebrek in combinatie met een toxische overmaat aan fluoride.
Sommige artsen en onderzoekers behandelen hun patiënten met een schildkliervervangingstherapie die bestaat uit het gebruikelijke synthetische thyroxine (T4) of met natuurlijke schildklierhormonen zoals Armour Thyroid, een preparaat dat alle schildklierhormonen bevat, onder andere het veel krachtigere T3.
In Groot-Brittannië stelt dr. Gordon Skinner, een van de meest bekende artsen op dit gebied, voor om patiënten die biochemisch gezien gezond lijken, maar klinisch aantoonbare hypothyreoïdie hebben, met thyroxine in lage doses te behandelen. De behandeling van Skinner heeft veel aandacht gekregen na de publicatie van het boek van Diana Holmes, Tears Behind Closed Doors (Avon Books, 1998), waarin zij beschrijft hoe bij haarzelf jarenlang de verkeerde diagnoses gesteld werden voor dat erkend werd wat zij werkelijk had en vervolgens door dr. Skinner behandeld werd. Later hebben Skinner en zijn collega’s de resultaten van hun onderzoeken met patiënten als Holmes gepubliceerd.
Dr. Barry Durant-Peatfield gebruikte een vergelijkbaar behandelingsregime. Tot voor kort schreef hij aan alle patiënten met klinische hypothyreoïdie (niet alleen patiënten met CFS/ME/FMS) schildkliervervangingstherapie voor, en bijniersupplementen voor degenen die dat nodig hadden. Hij verwierf zich een goede reputatie voor succesvolle behandeling van veel CFS/ME/FMS-patiënten, maar ook voor patiënten met andere schildklier- en bijnierdisfuncties. In zijn eigen informatiebrochure schrijft Peatfield: “Als de hypothalamus-hypofysebijnier-as is beschadigd, kan het immuunsysteem nooit volledig herstellen; het resultaat: de patiënt is vaak ziek, met ogenschijnlijk steeds terugkerende virusinfecties of andere ziektes, onder andere ook parasieteninfecties.”
Desondanks stuitte Skinners benadering op veel weerstand van artsen die op het gebied van de endocrinologie en de klinische biochemie opereren. Zelfs de medisch directeur van de ME Association, een van de twee grote ME-verenigingen, ageerde tegen Skinners behandelingen omdat de resultaten niet bewezen en potentieel gevaarlijk zouden zijn. Kort geleden werd Peatfields medische licentie ingetrokken, waarmee hij het meest recente slachtoffer is geworden van de heksenjacht die het General Medical Council geopend lijkt te hebben op artsen die volgens onorthodoxe methoden werken. Ondanks de overweldigende hoeveelheid aanwijzingen dat er bij ME sprake is van verstoorde schildklierfunctie en andere afwijkingen van de HPA-as (vooral bijnierdeficiënties) was de medisch directeur van de ME Association kort geleden co-auteur van een brochure waarin wordt beweerd: “Er zijn geen aanwijzingen dat er bij ME/CFS sprake zou zijn van een verstoorde schildklierfunctie en het gebruik van schildkliervervangingstherapie bij mensen waarin tijdens een schidkliertest geen afwijkingen gevonden worden is een controversiële behandelingsmethode die een aantal risico’s met zich mee brengt, onder andere de potentiële complicatie van een Addisoniaanse crisis bij patiënten met hypocortisolaemie [verminderde productie van cortisol door de bijnieren].”
Fybromyalgie en de schildklier
Veel onderzoek bij PMS-patiënten wijst erop dat schildklierproblemen een verborgen oorzaak van de aandoening kunnen zijn. In een recente studie wordt gemeld dat bijna alle hormonale feedbackmechanismen die door de hypothalamus gecontroleerd worden, door de aandoening uit balans worden gebracht. Dat houdt onder meer in: “Verhoogde concentraties ACTH, follikelstimulerend hormoon (FSH) en cortisol (hydrocortison), maar ook verlaagde concentraties insuline-achtige groeifactor (IGF)-I, somatomedine C, vrij triiodothyrodine (FT3) en oestrogeen. Verschillende studies hebben laten zien dat schildklierafwijkingen, en vooral hypothyreoïdie, en een veranderde reactiviteit van de HPA-as bij FMS-patiënten veel voorkomende verschijnselen zijn.”
Dr. John Lowe [noot Bella: Lowe is fysiotherapeut, geen arts] heeft zijn ervaringen met FMS-patiënten en zijn onderzoek met betrekking tot Fybromyalgie in een 1260 pagina dik boek beschreven, The Metabolic/ Treatment of Fibromyalgia/ (McDowell Publishing, 2000). In dit boek worden overtuigende argumenten aangevoerd dat fybromyalgie hoofdzakelijk veroorzaakt wordt door ontoereikende regulering van weefselfuncties door schildklierhormonen.
De [officiële] medische instanties hebben inmiddels vier ‘mandaten’ opgesteld, die als richtlijnen moeten gelden voor de diagnose en behandeling van hypothyreoïdie:
1. Een schildklierhormoon deficiëntie is de enige oorzaak van symptomen en tekenen die kenmerkend zijn voor hypothyreoïdie
2. Artsen zouden patiënten met ‘normale’ schildkliertests niet mogen toestaan om schildklierhormonen te gebruiken
3. Hypothyreoïdiepatiënten zouden schildklierhormonen uitsluitend in ‘vervangingsdoses’ (doseringen waardoor TSH binnen de hormonale concentratiegrenzen blijft)
4. Hypothyroidiepatiënten zouden alleen thyroxine (T4) moeten gebruiken.
Om de duizenden patiënten te helpen die niet binnen deze strikte definities vallen, moesten dr. Durrant-Peatfield en andere artsen de grenzen van de geaccepteerde medische praktijk overtreden, in de wetenschap dat zij daarmee een suspensie of het intrekken van hun licenties riskeerden. Een arts zegt zelfs dat strikt naleven van de ‘mandaten’ bijdraagt aan de plotselinge toename van nieuwe ziekten. FMS, CFS, ME en andere vergelijkbare syndromen zitten misschien niet zo zeer tussen de oren van patiënten, maar veeleer in de nek, omdat ze het resultaat zijn van een schildklierprobleem dat niet afdoende behandeld werd.
Hoe werkt de schildklier?
Het complexe proces van de schildklierwerking begint bij de hypothalamus en wordt gecontroleerd door de hypofyse. Dit zijn allebei ‘meesterklieren’, die niet alleen de schildklier controleren maar ook de bijnier, de eierstokken en de testis. Bovendien integreert de hypothalamus-hypofysebijnier-as (HPA) het centrale zenuwsysteem en het endocriene systeem, De schildklier is de grootste endocriene klier van het lichaam, De klier scheidt schildklierhormonen uit die het lichaam nodig heeft voor de groei en de stofwisseling. Voor het grootste deel gaat het daarbij om T4 (L-tetraiodothyronine), Daarnaast scheidt de schildklier ook een kleine hoeveelheid T3 (triiodothyronine) uit, maar het grootste deel daarvan [= T3] wordt door T4 ‘geproduceerd’ zodra het de schildklier verlaten heeft. T3 heeft een veel krachtigere werking dan T4.
De schildklier heeft jodium nodig om deze twee hormonen te produceren. De synthese verloopt in twee stappen. Vervolgens zijn nog twee stappen vereist voordat het ‘inactieve’ T4 opgeslagen kan worden.
Circa 70 procent van de schildklierhormonen wordt in het bloed getransporteerd door het schildklierbindingshormoon (TG) Tijdens deze processen kan er veel misgaan. Als dat gebeurt, is het resultaat meestal ofwel hypothyreoïdie (abnormaal lage concentraties schildklierhormonen) danwel hyperthyroïdie (te veel schildklierhormonen in het bloed).
Het meest toegediende medicament voor hypothyreoïdie is het synthetisch thyroxine (Eltroxine in Groot-Brittannië) ‘aflithathyronine’, maar thyroxine brengt op zijn beurt weer een aantal problemen met zich mee.
Hyperthyroïdie kan worden behandeld met ‘anti-schildklier-geneesmiddelen’, radioactief gelabeld jodium en met een operatie, Het meest gebruikte anti-schildklier-geneesmiddel is carbimazole (Neo-Mercazole); andere middelen [bij de behandeling van hyperthyreoïdie] zijn propanolol, propylthiourocil, dibromatyrosine, dilodatyrosine, fluarotyrosine, jodium of kalium of natriumjodine. Geen van deze geneesmiddelen is geheel zonder bijwerkingen, zoals beenmergsuppressie die tot een reductie van het aantal bloedleukocyten leidt, maar ook huiduitslag, bronchitis, pijn in de gewrichten, geelzucht en syndromen die veel lijken op systemisch lupus erythematosus.
Schildklierproblemen
Hypothyreoïdie, veel voorkomende symptomen:
Slapheid, vermoeidheid, koude-intolerantie, constipatie, gewichtsveranderingen, depressie, menorragie [overmatige bloeding tijdens de menstruatie], schorheid.
Droge, koude, gele en opgeblazen huid, weinig wenkbrauwharen, gezwollen ogen, bradycardia (lage hartslag), vertraagde teruggave van peesreflexen.
Anemie [bloedarmoede], hyponatriëmie.
Langzame T4 en radio-actief jodium opname.
Bij primair myxoedeem (wasachtige zwelling van de huid waarin geen putjes kunnen worden gedrukt, in combinatie met een verminderd basaal metabolisme, geassocieerd met hypothyreoïdie) is de TSH-concentratie verhoogd.
Vroege symptomen: slapheid, vermoeidheid, arthralgieën of myalgieën [gewrichts- of spierpijnen], spierkrampen, koude-intolerantie, constipatie, lethargie, droge huid, hoofdpijn, menorragie [overmatige bloeding tijdens de menstruatie].
